Grondstoffen

Materialen maken het verschil

introductie

Wist je dat?

Bij de productie van één katoenen T-shirt wordt 3000 liter water gebruikt. Bij één jeans loopt dat zelfs op tot 8000 liter!

De keuze van je stof is een van de meest cruciale onderdelen in je ontwerpproces; het bepaalt de look van je ontwerp, de levensduur en kwaliteit, maar evengoed draagt het bij aan de milieu-impact van je totale kledingstuk.

 
DUS, WAT KAN IK DOEN?

Eerst en vooral is het interessant om meer te leren over de bestaande en meest gebruikte stoffen. Wat is hun impact en welke stoffen zijn milieuvriendelijker dan andere?

Verder is het van belang dat je van bij het begin van je ontwerp al stilstaat bij het einde: wat wil je dat er met je kledingstuk gebeurt na gebruik? Wat zijn bijvoorbeeld de mogelijkheden voor recyclage? Welke stoffen kunnen het makkelijkst teruggewonnen worden op het einde?

Denk daarbij zeker ook aan de gevolgen van de coatings, accessoires en finishings die je zou gebruiken. Wat staat een degelijk recyclageproces in de weg?

Of misschien wil je het wel helemaal anders aanpakken en experimenteren met alternatief textiel, zoals stof gemaakt uit (bio-)afval? Er zijn veel interessante nieuwe materialen in de maak, vooral dan in de bio-industrie. Waarschijnlijk heb je al eens gehoord van stoffen die gemaakt zijn van PET-plastics, maar wist je ook dat er stof gemaakt kan worden van bijvoorbeeld melk of koffie?

Verder kan je aan de slag gaan met textieloverschotten; 73% van het textielafval wereldwijd wordt verbrand of gestort, wat leidt tot een groot verlies aan netto- energie en materiaal. Is het geen optie om hier modebewuste nieuwe stukken van te maken?

Iets waar je misschien niet spontaan aan denkt, maar dat wel erg interessant kan zijn, is te kijken naar de natuur; vaak vind je daar ook oplossingen voor problemen waar je tegenaan botst.

Ten slotte is het belangrijk om op een systematische manier na te denken over de stoffen die je zal gebruiken: kijk naar je product, je klant en je businessmodel, en beslis dan welk materiaal het meest duurzaam kan zijn. Kiezen voor kwaliteit is sowieso het beste: het kledingstuk zal langer meegaan, en ook bij recyclage leveren kwaliteitsstoffen sterkere nieuwe materialen op.

strategieën voor Grondstoffen

Kies voor materialen met een lage impact

Stoffen rangschikken op basis van hun impact is geen gemakkelijke taak. Het is moeilijk te zeggen welke materialen het meest milieuvriendelijk zijn: stoffen gemaakt uit natuurlijke vezels of synthetische stoffen. Elk materiaal heeft zijn eigen invloed op het milieu.

Onderzoek toont aan dat er veel verwarring blijft bestaan over de impact van de teelt of productie van textiel. Synthetische materialen worden meestal beschouwd als kwalijk en natuurlijke materialen als goed. Er bestaat inderdaad geen twijfel over dat de productie van synthetische materialen een impact kent, maar ook natuurlijke materialen hebben zo hun nadelen.

Stof tot nadenken:

  • 1 kilogram katoen heeft 3800 liter water nodig, terwijl 1 kilogram polyester slechts 17 liter nodig heeft. Ook wat het gebruik van pesticiden betreft, doet katoen het niet goed.
  • De productie van polyester verbruikt dan weer twee keer zoveel energie als katoen, kent een hogere uitstoot naar water en lucht (CO₂) en maakt gebruik van niet-hernieuwbare grondstoffen.

Het is duidelijk dat de sterktes en zwaktes voor elk materiaal ergens anders liggen. Als we toch willen kijken naar welk materiaal de minste impact heeft, zou dit een materiaal moeten zijn dat:

  • afgeleid is van natuurlijke producten (bio-waste),
  • biologisch afbreekbaar is en
  • van een hernieuwbare of snel herstellende (groeiende) aard (biologisch) is.

Materialen zoals lyocell, hennep, bamboe en hennep veroveren stilaan hun plaats binnen de modesector. De (commercieel) belangrijkste vezels blijven echter katoen en polyester. Deze twee favorieten nemen meer dan 80% van de stoffen in de industrie in (en het gebruik van polyester groeit nog elk jaar).

Hieronder gaan we dieper in op conventionele en nieuwe stoffen. We verzamelden hier ook een snel overzicht van de meest gebruikte materialen, hoe die gemaakt worden en welke risico's, impacten en alternatieven er telkens zijn. En nog een andere tip & trick in de kijker: Textile Exchange's Material Snapshots en Material Summaries zijn een reeks hulpmiddelen die speciaal ontworpen zijn om te begrijpen waarom de keuze voor bepaalde materialen het verschil kan maken in de textiel-, kleding- en schoenenindustrie. Die keuze kan resulteren in positieve of negatieve effecten, afhankelijk van de details van het materiaal en het leveringsnetwerk.

VEELGEBRUIKTE STOFFEN

(Bron: Lynsey Dubbeld)

KATOEN
  • Regulier katoen
    De productie van regulier katoen per oppervlakte land is enorm toegenomen. Op 80 jaar zagen we een verdrievoudiging, die vooral toe te schrijven is aan het gebruik van kunstmeststoffen, insecticiden en pesticiden. Dit zorgt er echter voor dat de vruchtbaarheid van de bodems afneemt, het leidt tot watervervuiling, gebrekkige weerbaarheid van de gewassen en gezondheidsproblemen voor de omwonenden. De katoenteelt is verder verantwoordelijk voor het grootste waterverbruik in de industrie. De bevloeiing van de velden zorgt voor verzilting, wat de bodem ongeschikt maakt voor landbouw. Bovendien droogt de irrigatie de omringende gebieden uit.
     
  • Genetisch gemodificeerd katoen
    Genetisch gemodificeerd katoen biedt enkele oplossingen, maar kent toch ook wat tegenstand. Enerzijds zijn de gewassen resistent tegen schadelijke insecten en ziekten en hebben ze om die reden iets minder pesticiden nodig. Anderzijds waarschuwen specialisten dat werken met gemodificeerde rassen voor een gebrek aan biodiversiteit kan zorgen in de regio. De aankoop van deze nieuwe zaden kost meer en moet  ook elk jaar opnieuw gebeuren.
     
  • Biologisch (organisch) katoen
    Biologisch katoen biedt duidelijk een aantal voordelen tegenover conventioneel en gemodificeerd katoen. Bij deze manier van telen, worden geen chemische pesticiden en kunstmeststoffen gebruikt en werkt men bewust met gewasrotatie, om de vruchtbaarheid van de bodem en de biodiversiteit te beschermen. Het grote nadeel is wel dat de productiviteit de helft lager ligt dan bij reguliere katoen. Dat betekent dat er dus veel meer grond nodig is om dezelfde hoeveelheid te kweken, wat een overstap niet bepaald aantrekkelijk maakt voor de reguliere telers. Tot nu toe is slechts 1% van de totale katoenteelt biologisch. Een doorgedreven omschakeling zou echter een forse milieuwinst kunnen betekenen.
    Momenteel is de vraag naar biokatoen groter dan het aanbod. Kies dus bij voorkeur voor gecertificeerd biokatoen, met een GOTS- (Global Organic Textile Standard) of OCS- (Organic Content Standard) label.

(Noot: om een OCS Blended keurmerk van Textile Exchange te krijgen, volstaat het 5% biokatoen te gebruiken in je kledingstuk. Het OCS 100 certificaat garandeert dan weer minimaal 95% biokatoen. Voor GOTS-certificering moet het kledingstuk minstens 70% (‘made with organic’), of minstens 95% (‘organic’) biokatoen bevatten, en worden er ook andere milieueisen en arbeidsomstandigheden in rekening gebracht. Conclusie: labels matter!)

POLYESTER

Polyester en andere synthetische vezels acryl en nylon kampen een slecht imago. Ze zouden onaantrekkelijk en shadelijk zijn voor het milieu. Toch bieden synthetische vezels enkele voordelen tegenover katoen. Qua waterverbruik en chemicaliën scoort polyester bijvoorbeeld beter. De stof is bovendien onverslijtbaar én leent zich veel beter tot recycling.

De productie van polyester, acryl en nylon gaat wel gepaard met een hoog verbruik van energie en fossiele brandstoffen. Dat wordt dan weer gecompenseerd door het feit dat ze op lagere temperaturen gewassen kunnen worden, snel (vanzelf) drogen en nauwelijks strijkbeurten nodig hebben. Nadeel is dan weer dat tijdens het wassen plastic partikels vrijkomen, die uiteindelijk in de zee en onze voedselketen belanden. Een oceaan gevuld met plastic, daar kan niemand fan van zijn, want deze vezels zijn niet-biodegradeerbaar.

WOL

Wol is een natuurlijk en onverslijtbaar product, maar heeft toch evengoed een impact op het milieu. De productie van wol vereist veel water en giftige chemicaliën tegen motten, parasieten en schimmels. De biologische wolproductie maakt daar wel korte metten mee: de schapen en geiten krijgen biologische voeding, voldoende leefruimte en geen antibiotica of chemische medicijnen. De beestjes produceren natuurlijk wel veel methaan (wat het broeikaseffect versterkt), in welke omstandigheid dan ook. 

ZIJDE

Voor de productie van ruwe zijdedraden wordt de cocon van een rups gestoomd of gekookt. Eén cocon levert een draad op van 300 tot 900 meter, zonder dat hiervoor kunstmeststoffen, pesticiden of andere chemicaliën nodig zijn. Bij het wassen, verven, bleken en verzwaren van de zijde komen er dan wel weer chemische producten kijken. Als diervriendelijk alternatief voor gewone zijde (waarbij de rupsen levend gekookt worden), is er peace silk. Hiervoor worden de rupsen in open bossen gecultiveerd, zonder chemicalieën, en worden de cocons pas verzameld als de vlinders ze verlaten hebben.

LEER

Leer heeft een goed imago omdat het lang meegaat, maar bij het looien komen toch weer veel toxische chemicaliën kijken. Nadat leer gelooid is, wordt het bovendien moeilijk afbreekbaar. Ook hier is er een biologische variant op basis van natuurlijke looiprocessen die gebruik maken van bijvoorbeeld tannine en visolie én met aandacht voor de omstandigheden waarin de dieren leven.

Vissenleer wint aan populariteit en staat bekend als een verantwoord alternatief voor conventioneel leer. Leer van de huid van baars, zalm, zeewolf, rogge of kabeljauw zou zelfs sterker zijn dan klassiek leer.

Andere vegan alternatieven voor leer – materialen die de look-and-feel van leer perfect imiteren – zijn ananasleer (Piñatex), appelleer of kurk. Kurk is niet alleen een sterk ademend materiaal; maar het is ook waterdicht en isolerend. Dat kurk helemaal niet saai hoeft te zijn, bewijzen bijvoorbeeld de items van Captain Cork. Sneakers gemaakt van appelleer vind je bij Komrads.

DENIM

Blauwe jeans wordt gemaakt van katoen en wordt daarna intensief geverfd. Daar komt veel gif, verf en water aan te pas. In China zijn er rivieren die daardoor helemaal blauw kleuren. Verder kan het zandstralen van jeans een ernstige longziekte (silicose) veroorzaken. Er zijn verschillende bedrijven die hun toeleveranciers willen verbieden om deze methode nog te gebruiken, maar dat blijkt niet altijd even makkelijk te controleren.

Steeds meer merken gebruiken alternatieven zoals biokatoen, gerecycleerd katoen en lyocell. Helaas zijn natuurlijke verfstoffen nog altijd duurder, omdat de markt nog klein is. Dit zegt wel wat over het groeipotentieel van de sector.

HENNEP

De hennepplant groeit razendsnel en heeft daar geen kunstmest, pesticiden of irrigatie voor nodig. Waar een hectare katoen 300 tot 1100 kilogram vezels oplevert, is dat bij hennep 1200 tot 2000 kilogram. Een broek gemaakt uit hennep zou ook vijf keer langer meegaan dan een van katoen én is biologisch afbreekbaar.

Hennepvezels zijn echter beperkt te verkrijgen. Door de link met marihuana was de hennepteelt lange tijd verboden, waardoor de technologie bleef stilstaan. Sinds kort gebeurt er opnieuw onderzoek naar hennep als duurzaam materiaal, wat veelbelovend is voor de toekomst.

BAMBOE

Bamboe heeft vele voordelen: het is zachter dan vele andere stoffen, het absorbeerd beter en reguleert de temperatuur beter. Ook de teelt is duurzamer dan die van katoen: bamboe groeit snel, zonder chemische stoffen of grote hoeveelheden water, en absorbeert bovendien meer koolstofdioxide, wat een positief effect heeft op het klimaat. Bamboe produceert ook 30 tot 35% meer zuurstof dan andere bomen. De verwerking van bamboe gebeurt chemisch (bamboe viscose) of mechanisch. De mechanische verwerking is het meest duurzaam, maar dit proces is arbeidsintensief en dus duur. De negatieve impact van de andere methode zit hem meer in het chemisch verwerken van de bamboestaken tot pulp: dit gebeurt met toxische zuren. Als dat onzorgvuldig gedaan wordt, kan dat leiden tot water- en bodemvergiftiging van grond en water. Gelukkig worden er al belangrijke stappen genomen om deze chemische verwerking te verduurzamen, met minder giftige chemicaliën.

LYOCELL

Lyocell wordt gemaakt van eucalyptus, een snelgroeiende boom waar praktisch zonder chemisch afval vezels getrokken kunnen worden. Ook aan het maken van de stof komen geen toxische middelen te pas. Lyocell is goed voor hergebruik én biologisch afbreekbaar. Verder kan je de stof wassen op lage temperaturen.

Helaas laat het textiel zich wel moeilijk verven, waardoor producenten grijpen naar chemische kleuringgrijpen.

Lyocell en Tencel© worden vaak in één adem genoemd. Lyocell is echter de naam van het textiel, terwijl Tencel© de merknaam is van een gekende stof van leverancier Lenzing, die ze in een ‘closed loop’-systeem vervaardigd. Bij lyocell die niet gemaakt is door Lenzing, vraag je dus het best nog een FSC-, PESC- of EU Ecolabel-certificaat op bij de leverancier.

EcoVero is een nieuwe en nog meer duurzamere variant van lyocell gemaakt door Lenzing, waarbij de fabrikant nog minder water en energie gebruikt wordt. Een extra voordeel is dat EcoVero een goede kleurvastheid garandeert.

LINNEN

Linnen is afkomstig van de vlasplant en wordt geproduceerd in o.a. Frankrijk, Italië en België. In tegenstelling tot de katoenteelt, vereist de vlasteelt geen kunstmest en weinig tot geen pesticiden. Bij biologisch linnen worden er geen chemicaliën gebruikt voor de groei van de vlasplant of de verwerking van de vezels. Geef de voorkeur aan Europees linnen, want bij de productie van niet-Europees linnen komen vaak nog chemische processen kijken.

 

WAT MINDER GEKEND

Er wordt voortdurend gezocht naar nieuwe en duurzame materialen.

  • Het Duitse Qmilch Deutschland GmbH ontwikkelde in 2011 een melkvezel genaamd QMILK. De zachte, natuurlijke stof is antibacterieel en je kan er kleding van maken.
  • Een andere proteïnevezel, is Biosteel fiber, die sinds 2015 wordt geproduceerd door AMSilk. Het is een synthetische spinnenzijde en dus volledig biodegradeerbaar.
  • Een ander alternatief materiaal is Piñatex. Deze stof wordt gemaakt uit ananasbladeren en kan gebruikt worden als alternatief voor dierlijk leer.
  • Het Japanse bedrijf Teijin ontwikkelde in de voorbije 10 jaar een nieuwe technologie om van oude polyesterstoffen nieuwe (polyester)garens te maken. Dit closed loop-systeem werd ECO CIRCLE gedoopt en heeft sinds 2002 een reeks recycleerbare polyesters met verschillende eigenschappen voortgebracht.
  • Kapok is een cellulosevezel die zich in de vrucht van de kapokboom bevindt. De kapokvezel is pesticidenvrij, 100% biologisch afbreekbaar en 100% recycleerbaar. Omdat de kapokvezel een vrij korte vezel is, moet je hem wel altijd vermengen met andere vezels om tot garen gesponnen te worden.
  • Ook uit zeewier kan je cellulose winnen, om stoffen zoals viscose en modal mee te maken. Het Duitse Smartfiber maakt zeewiervezels onder de naam Seacell.
  • In België, Nederland en Duitsland lopen er momenteel tal van projecten om textiel te produceren uit tal van alternatieve, natuurlijke grondstoffen, zoals tomatenstengels, fruitafval, koeienmest en mycelium (de ‘wortel’ van paddenstoelen). Deze natuurlijke vezels zitten nog volop in de onderzoeksfase en zijn nog niet commercieel beschikbaar.
  • Het Brusselse bedrijf Noosa maakt een 100% recycleerbare textielvezel op basis van maïs.
  • Re.Verso is een nieuwe Italiaanse stof die gemaakt wordt uit voornamelijk reststromen van wol.

(Bronnen: Kate Fletcher en Wanderful.Stream)

tips&tricks

  • Centexbel - Technisch en Wetenschappelijk Centrum voor de Belgische Textielnijverheid
    Centexbel heeft als doel de concurrentiepositie van de Belgische textielbedrijven duurzaam te verstevigen. Daarom biedt Centexbel de textielindust…
    Lees meer

  • Lotte Martens - Belgisch textiellabel
    In 2007 startte Lotte Martens haar textiellabel in Leuven. Kleur, speelsheid en duurzaamheid vormen haar signatuur. Bij Lotte kan je afgewerkt…
    Lees meer

  • Hou innovatieve materialen in de gaten
    Nieuwe materialen schieten als paddenstoelen uit de grond (ja, soms letterlijk …). Probeer de laatste evoluties op de voet te volgen. Een aantal m…
    Lees meer

  • TextielLab - Kenniscentrum Tilburg
    Het TextielLab van het TextielMuseum in Tilburg is een kenniscentrum dat het midden houdt tussen een gespecialiseerde werkplaats voor het vervaard…
    Lees meer

  • MateriO’ - materialenbibliotheek
    MateriO’ is een offline showroom en online database voor innovatieve materialen. Designers kunnen er terecht voor inspiratie of hulp bij hun zoekt…
    Lees meer

  • Waar vind je duurzame materialen?
    Weet je niet waar te beginnen in je zoektocht naar leveranciers van duurzaam textiel? De Wegwijzer Duurzaam Textiel bevat een lijst met inform…
    Lees meer

Ontdek andere tips & tricks

Kies voor gerecyleerde of recycleerbare stoffen

De familie van gerecycleerd textiel breidt volop uit. Dat komt omdat er in het recyclageproces minder energie, grondstoffen en chemische producten nodig zijn dan bij de productie van nieuw textiel. Door bestaande garens en textiel te hergebruiken, verklein je bovendien de nood om stoffen te maken van ‘virgin’ (raw) materialen, zoals katoen, wol of synthetisch garen. Dit bespaart energie en vermijdt de vervuiling die zou plaatsvinden tijdens het verven, wassen en oogsten.

Daarnaast is het aangeraden om de recycleerbaarheid van stoffen te onderzoeken en rekening te houden met richtlijnen die maken dat een stuk op het einde van zijn leven te recycleren valt. Enkele criteria om te ontwerpen voor recyclage vind je terug onder ‘ontwerp voor hergeboorte’ en ‘recycleer textiel’.
Onthoud wel dat afval vermijden nog altijd beter is, en dat recyclage pas de allerlaatste oplossing mag zijn.

 

HOE GEBEURT RECYCLAGE?

  • Natuurlijke materialen
    De recyclage van natuurlijke materialen (katoen, wol, ...) gebeurt voornamelijk mechanisch: het is een proces waarbij stoffen gestript en verscheurd worden tot kleinere stukjes. De vezels die hier uit komen, hebben heel wat breek- en trekwerk doorstaan en zijn korter geworden. Er zou dus een kwaliteitsprobleem ontstaan als we enkel deze vezels zouden gebruiken om nieuw textiel te maken; het product zou niet stevig genoeg zijn en te snel uit elkaar vallen. Om de kwaliteit te verbeteren, worden de kortere vezels vermengd met lange (nieuwe) vezels. Chemische recyclage is ook mogelijk voor natuurlijke materialen. Zo kan je katoen oplossen tot cellulose, waarmee je viscose of lyocell kan maken. Tegenover mechanische recyclage heeft chemische recyclage als voordeel dat er geen kwaliteitsverlies mee gepaard gaat en dat het de kleurstoffen van de vezels ook verwijdert. Een belangrijke voorwaarde is echter dat de te recycleren producten geen harde onderdelen zoals knopen of ritsen meer bevatten.
    De recyclage van natuurlijke materialen hinkt achterop in vergelijking met die van synthetische materialen. De kostprijs van nieuwe natuurlijke materialen ligt laag, waardoor ze de markt blijven domineren en de broodnodige innovaties in recyclage op een laag pitje staan. Zodra er een scheidingsproces wordt gevonden dat resulteert in langere vezels, is er een kans dat de kwaliteit (en dus de vraag) zal toenemen.
     
  • Synthetische materialen
    Ook synthetische materialen kunnen zowel (thermo)mechanisch als chemisch gerecycleerd worden. Polyesters, waaronder we in dit geval voornamelijk industriële overschotten en ‘post-consumer’ plastics (flessen bijvoorbeeld) verstaan, worden vermaald, gesmolten en daarna gesponnen tot nieuwe vezels.
    De vraag naar gerecycleerd polyester neemt toe, vooral in de nichemarkt van sport- en outdoorkledij, maar ook in de kledingsector in het algemeen.
 
VERSCHILLEN IN RECYCLAGE - VAN STOF TOT STOF
KATOEN

Katoen is een grootverbruiker van water, pesticiden en insecticiden. Gerecycleerd katoen leidt tot minder grondstofverbruik en pollutie. Omdat katoenafval al geverfd is, hoeft er bovendien niet opnieuw gekleurd te worden (een proces dat ook heel wat water en chemische stoffen vereist).

Er is veel katoenafval te vinden, zowel in de pre- als in de post-verbruiksfase. Met ‘pre-verbruiksfase’ bedoelen we dat er bij elk onderdeel van de productie wel afval ontstaat: zowel tijdens het maken van het garen en de stof als bij de productie van het kledingstuk zelf. ‘Post-verbruikafval’ daarentegen verwijst naar kledingstukken die de consument na gebruik afdankt.

Voor de mechanische recyclage van katoen, wordt het afval eerst gesorteerd op type en kleur. De gesorteerde stoffen worden door stripmachines in repen gescheurd, om dan uit elkaar gerafeld te worden tot vezels. De vezels die uit dit proces komen, zijn korter dan nieuwe vezels, wat betekent dat je ze moeilijker kan spinnen. Daarom wordt gerecycleerd katoen vaak vermengd met nieuw katoen voor een betere kwaliteit en sterkte. Soms bevat de nieuwe stof niet meer dan 30% gerecycleerd katoen.

POLYESTER EN PLASTIC

Polyesters zijn niet de beste van de klas op het gebied van milieuvriendelijkheid. Het is daarom een goede zaak om vooral te vertrekken van de bestaande (plastic) afvalberg en niet nog extra nieuw plastic te produceren. Door te kiezen voor gerecycleerd polyester, verminder je het verbruik van ruwe olie, die nodig is bij de productie van nieuwe polyesters.

Vandaag gebruiken we vooral plastic flessen, productieafval, afgedankte kleding of plastic oceaanafval om gerecycleerd polyester te maken. De stof of het plastic wordt vermalen en gesmolten en daarna tot garen getrokken.

Het gebruik van gerecycleerd polyester is sterk aan het toenemen, net als de bekendheid ervan. Waar voeger vooral Patagonia pionierde met haar gerecycleerde polyester uit flessen, sluiten tegenwoordig vele andere merken aan. 

NYLON / POLYAMIDE / ACRYLIC

Net zoals polyester is nylon gemaakt van petroleum. Nylon is echter moeilijker te recycleren dan polyester. Na jaren onderzoek en testen, worden er nu toch gerecycleerde nylonvezels ontwikkeld die bruikbaar zijn voor kleding en die de kwaliteitstesten doorstaan.

Gerecycleerd nylon wordt gemaakt van post-industriële vezels, garen uit het spinningproces, en afval uit de weving. Econyl experimenteert met het hergebruik van afgedankte industriële visnetten.

WOL

Wol wordt streng gesorteerd op kleur en kwaliteit voor er nieuwe draad van gesponnen kan worden. Het is een arbeidsintensief proces, maar werken met gerecycleerde wol heeft wel ecologische voordelen. Zo kan je het kleuringsproces volledig overgeslaan en vermijd je overdadig gebruik van water en chemicaliën.

DENIM

Jeans kan je ondertussen op verschillende manieren recycleren en men blijft verder zoeken naar oplossingen om de vezels langer te laten meegaan. Zo heeft Nudie Jeans bijvoorbeeld van oude, gedragen jeans nieuwe gemaakt door de jeans te snijden en te vermalen tot een katoenachtige pulp, wat als ruw materiaal kan dienen voor nieuwe garens. Aangezien dit gerecycleerd garen erg korte vezels heeft, wordt vaak virgin katoen aan toegevoegd om een sterkere stof te krijgen. Ook European Spinning Group (ESG) toont met #HackyourJeans dat ‘post-consumer’ denim kan gerecycleerd worden tot kwalitatieve nieuwe kledingstukken, handdoeken, draagtassen, enz.

Als je kiest voor gerecycleerde stoffen, kies dan bij voorkeur voor gecertificeerde varianten. GRS (Global Recycle Standard) is een norm die de inhoud van de gerecycleerde materialen natrekt, en ook betrekking heeft op productiecriteria rond energie, water, chemicaliën en arbeidsomstandigheden. RCS (Recycled Claim Standard) valt uiteen in twee normen: RCS Blended voor producten met tussen 5 en 95% gerecycleerde inhoud, en RCS 100 voor producten die minstens 95% gerecycleerd materiaal bevatten (zonder extra milieu- of sociale garanties).

tips&tricks

  • Hou innovatieve materialen in de gaten
    Nieuwe materialen schieten als paddenstoelen uit de grond (ja, soms letterlijk …). Probeer de laatste evoluties op de voet te volgen. Een aantal m…
    Lees meer

  • Waar vind je duurzame materialen?
    Weet je niet waar te beginnen in je zoektocht naar leveranciers van duurzaam textiel? De Wegwijzer Duurzaam Textiel bevat een lijst met inform…
    Lees meer

Ontdek andere tips & tricks

Hergebruik en herontwerp van afval

Afgedankte stukken stof hergebruiken om nieuwe dingen te creëren, is al een hele tijd erg populair, maar het gebeurt nu professioneler dan ooit. Hergebruik, herontwerp of upcycling wordt een eco-efficiënte strategie genoemd, hoewel ze het echte werkelijke probleem niet aanpakt, namelijk: de toename in productie en consumptie. Dat gezegd zijnde, is de hoeveelheid textiel- en kledingafval gigantisch, wat de populariteit van deze strategie alleen maar doet toenemen (en terecht).

TEXTIEL- EN KLEDINGAFVAL

Er zijn ondertussen verschillende merken die modebewuste kleding produceren door te werken met de stofoverschotten van de reguliere mode-industrie, zoals bijvoorbeeld Studio AMA of Current Antwerp.

TERUGGEWONNEN TEXTIEL

De meest voor de hand liggende manier is werken met gebruikte kleding (ook 'post-consumer spills' genoemd), en dus nieuwe kleding maken uit oude stukken of stoffen. Maar het hoeft niet enkel te gaan om stoffen uit de mode-industrie. Denk bijvoorbeeld ook aan oude brandweerslangen, parachutes, vlaggen, autobanden, you name it - zolang afgedankt textiel maar op een creatieve manier hergebruikt wordt en weer op de markt komt als een nieuw, geüpcycled product. Dit is bijvoorbeeld het geval met de producten van Be the Fibre.

TERUGGEWONNEN PRODUCTIE-AFVAL

Designers die werken met 'pre-consumer spills' grijpen terug naar stukken stof die al tijdens het ontwerp- of productieproces als afval werden bestempeld (nog voor ze bij de consument terechtkomen dus). Deze overschotten komen vaak tot stand bij het patroonsnijden of bij de productie van de stof.


BIOLOGISCH AFVAL

Een ander type afval dat je misschien niet meteen aan mode linkt, maar waarmee je wél mode kan maken, is biologisch afval. Iemands etensrestjes omtoveren tot kleding? Yes we can!

QMILK is een mooi voorbeeld van een wel heel uniek productieproces waarbij melkeiwitten worden omgezet in textielvezels. Het eiwit wordt gehaald uit melk die niet meer geschikt is voor consumptie. De Duitse bevolking alleen al gooit jaarlijks 1,9 miljoen ton melk weg, terwijl er nog bruikbare stoffen inzitten. Vezels gemaakt van melkeiwitten, zijn bruikbaar in kleding, interieur, industriële toepassingen en medisch materiaal.

Andere voorbeelden zijn Piñatex, gemaakt uit de vezels van ananasbladeren; S.Café, gemaakt uit koffie; en Orange Fiber, gemaakt uit citrusvruchten.

Het loont zeker de moeite om dit soort ontwikkelingen in de gaten te houden!

tips&tricks

  • Hou innovatieve materialen in de gaten
    Nieuwe materialen schieten als paddenstoelen uit de grond (ja, soms letterlijk …). Probeer de laatste evoluties op de voet te volgen. Een aantal m…
    Lees meer

  • Denk ook aan ‘pre-consumer textile spills’
    Voor een kledingstuk naar de consument gaat (in de ontwerp- en productiefase), ontstaat er al heel wat (textiel)afval. Je kan actief nadenken over…
    Lees meer

Ontdek andere tips & tricks

Laat je inspireren door de natuur

Het lijkt op het eerste gezicht misschien geen evidentie, maar het is verbazingwekkend hoeveel inspiratie je kan opdoen door simpelweg naar de natuur te kijken. De natuur heeft immers al miljoenen jaren innovatie achter de rug en toont soms hele slimme oplossingen voor herkenbare vraagstukken. De wetenschappelijke term voor dit principe is bio-mimicry, en betekent letterlijk vertaald: de natuur nabootsen.

Daarnaast is het interessant om te leren welke bewerkingen natuurvriendelijk zijn en welke alternatieven er bestaan voor door de mens gemaakte producten, om zo de kans op een natuurlijk recyclageproces (ook wel cradle to cradle genoemd) te vergroten.

DE NATUURLIJKE KRINGLOOP: CRADLE TO CRADLE

Cradle to cradle is een van de oudste en tegelijk moeilijkste principes binnen de circulaire economie. Het basisidee in de natuur is dat elk product er zijn plaats kent: iets ontstaat uit natuurlijke grondstoffen en verdwijnt op het einde terug in de aarde. Dit is in principe de meest doorgedreven kringloopgedachte die er bestaat. Met door de mens gemaakte producten is dit amper mogelijk, zo bewijst we ook de kledingindustrie. Maar je kan wel proberen om dit principe na te bootsen.

Het cradle to cradle-concept (C2C) werd aan begin van de 21ste eeuw geïntroduceerd door William McDonough en Michael Braungart. Zij beschouwen een kledingstuk als een planeetvriendelijk item, aangezien het (vaak) gemaakt wordt van natuurlijke producten. Dit houdt in dat er mogelijkheden zijn om het te laten terugkeren naar de natuur, of om het biologisch afbreekbaar te maken. Kijk eens bij ‘biodegradeer organisch textiel’ om meer te weten te komen over afbreekbare stoffen.

In realiteit bestaat een kledingstuk echter niet alleen uit de basisgrondstof; vaak wordt deze vermengd met andere materialen, zoals polyesters, of bewerkt met kleurstoffen en coatings die een afbreekproces onmogelijk maken. Om C2C te doen slagen, moeten we nieuwe producten dan ook helemaal anders maken.

We bekijken hieronder enkele bewerkingen die beter zijn dan de klassieke methoden als je het product zou composteren.

NATUURLIJKE KLEURINGEN

Er bestaat een groot aanbod aan synthetische kleurstoffen. Ze zijn populairder dan natuurlijke kleuringen, omdat ze veel meer tinten toelaten en kleurvaster zijn. Er zijn nochtans veel planten waar je perfect een kleurstof van kan maken. Tot ongeveer 1850 was dit trouwens de normale gang van zaken.

Het is niet altijd meteen duidelijk welke kleur een bepaalde plant voortbrengt. Ergens is het logisch dat een rode biet ook rood zal afgeven, maar dat een ui een bruine crème oplevert, is misschien minder vanzelfsprekend.

Hieronder een overzichtje van kleuren waar je al eens mee aan de slag kan.
Nadeel: vaak is de nabehandeling van deze kleuringen niet milieuvriendelijk. Hier is dus nog ruimte voor innovatie!

(Bron: Natuurlijk Verven - Roos Soetekouw)

Natuurlijke Kleuringen Textiel

Natuurlijke Kleuringen Textiel

COATINGS

Coatings zijn een menselijke bewerking die recyclage bemoeilijkt. Een coating is een beschermlaag: een film van PVC, PU, silicone of iets anders die op een drager (nylon, polypropyleen, polyamide, katoen, wol) wordt gelegd om de fysische eigenschappen ervan te veranderen of te verbeteren. Ook hier kan je op zoek gaan naar een milieuvriendelijk alternatief.
(Bron: Sioen

 
BIOMIMICRY: OP ZOEK NAAR SLIMME OPLOSSINGEN

Vaak vind je in de natuur oplossingen voor specifieke vraagstukken. Enkele voorbeelden:

REINIGING

Al wat op een lotusblad valt, rolt er af en maakt het blad proper. Dit effect wordt ‘superhydrophobicity’ of het ‘lotuseffect’ genoemd. Het wordt vaak gebruikt in kledij die baat heeft bij zelfreiniging, zoals bijvoorbeeld regenjassen of werkkledij.

ANTI-ALLERGEEN

Het element chitosan uit de schelp van de krab heeft zelfhelende en antibacteriële eigenschappen. Onderzoekers zijn momenteel op zoek naar toepassingen voor kledij van brandweermannen en slaapkledij voor kinderen.

NOG VOORBEELDJES

Waarschijnlijk heb je ook al gehoord dat het principe van de Velcro (klittenband) gebaseerd is op de kleefeigenschappen van de braam, of heb je de commotie meegemaakt over het ‘haaienpak’ van Michael Phelps. Dit zwempak bootste de haaienhuid zo goed na dat de andere zwemmers het bestempelden als oneerlijke concurrentie.

Kortom, voorbeelden in overvloed. 

Voor meer inspiratie kan je terecht bij AskNature.

tips&tricks

  • OrganoClick - waterafstotende textielcoating
    OrganoClick is een Zweeds cleantech-bedrijf dat een waterafstotende en duurzame textielcoating op de markt bracht. Geïnspireerd door de natuur ont…
    Lees meer

  • AskNature - online catalogus met oplossingen voor designvraagstukken uit de natuur
    Op de website van AskNature kan je een vraag stellen over bijvoorbeeld hoe iets wordt afgebroken in de natuur. Je krijgt dan voor dit specifieke v…
    Lees meer

  • Biofabricate - design, technologie en biologie
    Biofabricate focust op ontwikkelingen met producten die ‘groeien’ met behulp van biologische organismen zoals algen en bacteriën. Op de jaarli…
    Lees meer

  • Hou innovatieve materialen in de gaten
    Nieuwe materialen schieten als paddenstoelen uit de grond (ja, soms letterlijk …). Probeer de laatste evoluties op de voet te volgen. Een aantal m…
    Lees meer

Ontdek andere tips & tricks

Denk na over alle aspecten van je product

Ondertussen weten we dat de keuze voor je grondstoffenkeuze mee bepaalt of je kledingstuk een tweede leven zal krijgen of niet.

Maar natuurlijk bestaat een kledingstuk niet zomaar uit een stukje verse katoen: er wordt nogal veel aan toegevoegd! Deze kleine ingrepen waar je in eerste instantie misschien niet direct aan denkt, kunnen je goede intenties om te recycleren teniet doen.

Omdat recycleren vaak staat of valt met goed sorteren, is het van belang dat de machines je stuk vlot herkennen en dat het dus zo duidelijk mogelijk is van welke (grond)stof het werd gemaakt. Hou hier rekening mee in je veredelingsproces, of bij het kiezen van je fournituren.

Enkele basisregels:

  • Maak je kledingstuk zo veel mogelijk uit één vezelsoort; vermijd een mix van verschillende stoffen. Monomaterialen zijn nu eenmaal beter recycleerbaar.
  • Zorg dat je vezelsoort herkenbaar is aan de oppervlakte. Er een coating over leggen (zeker laminering), kan het sorteerproces erg bemoeilijken.
  • Ook je weeftechniek maakt een verschil: weefsels waarbij de ene vezel ingepakt of verborgen wordt door een andere vezel, kunnen een onjuist sorteerresultaat opleveren.
  • Metaal is een groot probleem en dus te vermijden. Metaaldetectiesystemen filteren metaal uit, omdat dit erg schadelijk is voor de recycleermachines, maar idealiter vermijd je het volledig.
  • Ritsen, knopen en labels zouden makkelijk te verwijderen moeten zijn. Het ideale scenario is dat je ze weglaat.
  • Zorg dat je labeltje en etiketjes van dezelfde stof zijn gemaakt als het kledingstuk. Kies naden die makkelijk los te krijgen zijn. Als je draad gebruikt, gebruik dan bijvoorbeeld geen polyester voor een katoenen kledingstuk.
  • Als je kiest voor kwaliteitsvolle stoffen, bevordert dit ook de kwaliteit van de gerecycleerde stof.

tips&tricks

  • Fibersort - automatische uitsortering van textiel op basis van de vezels
    Fibersort iis een technologie die het mogelijk maakt om textiel te identificeren en te scheiden op basis van de gebruikte vezels. Dit vereenvoudig…
    Lees meer

  • Technologieën voor makkelijke demontage
    Wear2™ is een ecostitch-technologie (naadtechnologie) ontwikkeld door een groep Britse retailers, producenten en textielrecyclagebedrijven waarmee…
    Lees meer

  • Denk na over je garens en naden en hou innovaties in de gaten
    Wear2™ en Resortecs zijn beide technologieën die ervoor zorgen dat je kledingstukken gemakkelijk terug uit elkaar kunt halen. Door te werken met s…
    Lees meer

  • Hou ontwikkelingen over nieuwe coatings, kleuringen en bewerkingstechnieken in de gaten.
    Een aantal voorbeelden: de Vetex solventvrije coatinglijn (als alternatief op de coatingtechnologie gebaseerd op DMF-solvent). Nano-…
    Lees meer

Ontdek andere tips & tricks

case selecteren

Laat je inspireren en neem een kijkje in onze case-databank! De databank wordt geregeld geüpdatet. Ken of ben je zelf een voorbeeld dat hier thuis hoort? Laat van je horen!

Om de gebruikerservaring van deze site te verbeteren gebruikt deze website cookies.