Wist je dat?
Met dertig tot vijftig collecties per jaar is de levensduur van een kledingstuk in een fastfashion-winkel beperkt tot slechts een paar weken. Ultrafastfashion-platformen lanceren zelfs driehonderd tot vijfhonderd referenties per dag.
Een traditioneel businessmodel ziet er zo uit: je neemt grondstoffen, je maakt er iets van en verkoopt dat, en na gebruik (of soms zelfs ervoor) wordt het product weggegooid. Dit heet het take-make-waste-model. Hier komt stilaan verandering in; circulaire businessmodellen geven een duurzame draai aan dit klassieke lineaire model. Ook in de Europese Green Deal – het plan waarmee de EU tegen 2050 klimaatneutraal wil zijn – is het gebruik van circulaire businessmodellen een ankerpunt. Textiel is één van de prioritaire sectoren in deze Green Deal. Lees hier wat je hierover als kledingbedrijf moet weten.
Vele groten doen het al: een takeback-model installeren. Steeds vaker kan je kleren terugbrengen naar de retailer, die ze een tweede leven geeft als grondstoffen voor nieuwe items. Vaak zijn de retailer en de producent in dit verhaal één en dezelfde partij.
Een tweede grote beweging zien we binnen de gebruikerseconomie of de deeleconomie, waar consumenten vaker betalen voor het gebruik van kleding, in plaats van voor het bezit ervan. De opkomst van kledingbibliotheken, waar je kledij kan huren, is daar één voorbeeld van. Ook initiatieven zoals swishing, waarbij je kledingstukken kan ruilen, zijn niet meer zo nieuw.
Verder wil de klant van vandaag meer betrokken worden bij het ontwerpproces en hecht hij of zij meer belang aan de beleving. Door hier als retailer op in te zetten, kan je de band met je klant versterken en ervoor zorgen dat je merk echte ambassadeurs krijgt. Kleine services vallen hieronder, zoals herstel, stylingadvies, kleding op maat aanbieden, de keuze van tekening of patroon aan de klant overlaten, …
Ondertussen ontstaan er ook online veel mogelijkheden om kleding een tweede leven te geven. Er zijn ontzettend veel platformen waarbij je peer-to-peer (van consument tot consument) kan doorverkopen of ruilen.
Wat vaak vergeten wordt in de verkoopfase, is de impact van de marketing van je label. Denk bijvoorbeeld aan kapstokken, draagtassen, prijskaartjes, … Met kleine ingrepen scoor je soms op dit vlak ook al een stuk beter.
Ook in de verkoopfase met je B2B-klanten kan je heel wat initiatieven nemen, zoals een digitale showroom organiseren. Voor je fysieke showroom kan je dan weer inzetten op het goed gestroomlijnd beheer van samplecollecties. Met wat planning kan je makkelijk snoeien in je aantal collecties.
Nieuwe businessmodellen introduceren kan best wel een uitdaging vormen en tot interne weerstand leiden. Zal het wel rendabel zijn, zullen de klanten er wel voor open staan ? Ga aan de slag met wat op korte termijn haalbaar is en werk zo stap voor stap verder.
Veel consumenten shoppen online, en dan vooral kleding. Uit de Market Monitor van Becom, de Belgische federatie voor e-commerce, blijkt dat Belgen in 2023 zo’n 2,474 miljoen euro spendeerden aan online mode-aankopen, terwijl ze in fysieke winkels 3,930 miljoen euro uitgaven. Het online-aandeel van de modesector is dus nog steeds kleiner dan het offline-aandeel, maar het steeg in 2023 wel met zo’n 2% ten opzichte van het jaar ervoor.
Online winkelen is natuurlijk gemakkelijk voor klanten, maar het houdt een groot risico op retours in. Uit het rapport “Volumes and destruction of returned and unsold textiles in Europe’s circular economy” (2024) van Tom Duhoux, Dina Bekkevold Lingås en Lars Fogh Mortensen blijkt dat één op de vijf online gekochte mode-items in Europa wordt teruggestuurd.
Soms ligt de oorzaak bij logistieke problemen. Denk aan beschadigde of verkeerd geleverde items. Maar in “Return to Sender?” (2022) argumenteert VUB-onderzoekster Heleen Buldeo Rai dat retours vooral te wijten zijn aan ‘quality uncertainty’ en ‘fit uncertainty’. Online shoppers kunnen niet goed beoordelen of, ten eerste, de kwaliteit naar wens is, en ten tweede, of het item voldoet aan hun wensen qua pasvorm, stijl en maat. Heel wat consumenten anticiperen op die problemen door aan ‘wardrobing’ te doen. Ze bestellen items in verschillende kleuren en maten, en sturen terug wat hen niet bevalt.
Online winkelen is niet per se slechter voor het milieu. Integendeel: thuisleveringen hebben een kleinere ecologische voetafdruk dan fysieke shoppingtrips met de wagen. Maar wanneer we de vele retours mee in rekening brengen, dan verkleint de voorsprong die e-commerce heeft. Denk daarbij aan het afval en de CO2-uitstoot waarmee de verwerking van retours gepaard gaat; het onnodige transport en de kans dat items stukgaan tijdens het terugsturen.
Jasper Vloedgraven van het Nederlandse Returnista becijferde wat een scenario zonder retours voor België zou betekenen: per jaar 50 miljoen verzendingen minder; 4,3 miljard transportkilometers minder, en een besparing van € 450 miljoen in e-commerce-kosten. Bovendien heb je dan een pak minder logistieke kosten, minder klantvragen, geen refunds, en méér winst, gelukkigere klanten en meer groei. Vloedgraven stelt dat, als je erin slaagt je retours met 1% te verlagen, je beloond wordt met een stijging van 1,5% in EBIT of “earnings before interest and tax” (deze maatstaf om de operationele winstgevendheid van een bedrijf te beoordelen, kan je vertalen als “winst vóór rente en belastingen”).
Klanten houden bovendien helemaal niet van retours. Ze denken niet per se duurzaam, maar vinden het gewoon te veel gedoe. Iedereen heeft er dus baat bij als er minder teruggestuurd moet worden. We delen daarom graag de belangrijkste preventiestrategieën van Buldeo Rai uit “Return to Sender?” en uit haar lezing op de “Return to Zero”-workshop van Flanders DC en Becom op 28 maart 2024. Er zijn drie domeinen waarop je kan inzetten om het aantal retours te verminderen: het consumentgerichte, het financiële en het procesmatige.
Je vindt onderstaande maatregelen hier ook samengevat in een handig overzicht.
CONSUMENTGERICHTE MAATREGELEN VOOR MINDER RETOURS
De essentie van de consumentgerichte preventiestrategie bestaat uit nauwkeurige en duidelijke productinformatie geven, al dan niet met behulp van technologie. De strategie speelt in op de kern van het probleem, namelijk de ‘quality uncertainty’ en de ‘fit uncertainty’ die samen verantwoordelijk zijn voor 70% van de retours.
1. Tabellen, beschrijvingen en aanbevelingen
Door aanbevelingen, beschrijvingen en tabellen op te nemen op je webshop, kan je het aantal retourzendingen met 5% terugdringen, aldus Buldeo Rai.
Om te beginnen is het cruciaal om maattabellen te voorzien. Die eenvoudige ingreep kan al voor 2 tot 5% minder retours zorgen. Of het ook helpt om de maten mee te geven van het model dat de kleding toont, is nog niet onomstotelijk bewezen.
Ten tweede is extra productadvies nuttig. Denk aan een tool die maten aanbeveelt, bijvoorbeeld op basis van eerdere aankopen. Buldeo Rai verwijst naar een studie in de VS waarbij er dankzij zo’n tool 0,5% minder schoenen teruggestuurd werden.
Verder helpt het om klanten te waarschuwen dat items groter of kleiner uitvallen, zoals Zalando in 2021 deed in een Europese studie met SizeFlags. Die ingreep verminderde het aantal retours met 3,8% en bleek het meest effectief bij items die iets groter zijn dan normaal.
De Belgische tools Shavatar en SCIMM helpen webshops om nauwkeuriger maatadvies te geven, via data over de voorkeuren en lichaamsvormen van de klant, en in het geval van Contour Lab komt daar ook kleuradvies bij. Ook Wair, True Fit, Fit Analytics en Fit:match zetten in gelijkaardige diensten.
2. Reviews
Reviews bieden handige, subjectieve informatie over kwaliteit en fit aan andere online shoppers en kunnen het aantal retourzendingen met een indrukwekkende 49% doen dalen. Buldeo Rai maakt hier wel twee kanttekeningen bij. Ten eerste mogen de beoordelingen op het moment van aankoop niet positiever zijn dan de gemiddelde tevredenheid. Te hoge verwachtingen leiden net tot meer retours. En ten tweede zijn reviews niet effectief wanneer ze geschreven zijn door een ‘top reviewer’ geselecteerd door de retailer.
Nog enkele tips voor een maximaal effect op je retours:
Reviews zorgen voor minder retours en leveren je dus geld op, maar het kost natuurlijk ook tijd en geld om een reviewsysteem op te zetten en te onderhouden (en eventueel fake reviews te bestrijden). Bovendien zijn beoordelingen vooral interessant als je langere tijd dezelfde artikelen verkoopt, of met grote volumes of marketplaces werkt. Een mogelijke oplossing voor wie korte seizoenen heeft en/of kleine batches maakt, is om je klanten een bepaald model te laten reviewen. Door zo’n model altijd dezelfde naam te geven, laat je zien dat het item eigenlijk hetzelfde is, ook al is er iets kleins aan aangepast of is het van een andere stof gemaakt.
3. Kwalitatieve beelden
Hoe realistischer je een item op je webshop presenteert, hoe minder klanten het zullen terugsturen. Wanneer je foto’s uploadt, waak er dan wel over dat ze feitelijke informatie meegeven en niet zomaar sfeer scheppen. Met subjectieve informatie (een item in een inspirerende setting tonen, omringd door aantrekkelijke mensen) creëer je onrealistische verwachtingen over hoe de klant eruit zal zien, en krijgt je net méér retours.
De foto’s die je online zet, moeten vooral een beeld geven van de kwaliteit van het item – een criterium dat 67% van de consumenten logischerwijs “zeer belangrijk” vindt, zo blijkt uit onderzoek door het Amerikaanse agency MDG. Je kan hierop inspelen met de optie om te roteren of foto’s van alle mogelijke hoeken te laten bekijken. Ook de mogelijkheid om in te zoomen is cruciaal. Zo kan de klant alle details checken, van de print tot de naden, en van de stof tot de knopen.
Een Amerikaans onderzoek uit 2013 dat Heleen Buldeo Rai aanhaalt in “Return to Sender” koppelt aan elke extra zoom-eenheid een daling van 7% in retours. Close-ups zijn een prima alternatief voor zooms. De meeste consumenten winkelen online op hun smartphone en kunnen nu eenmaal niet genoeg inzoomen op het kleine scherm. Bovendien zou je webshop wellicht te zwaar worden met afbeeldingen in super-hi-res.
Experts raden ook ‘user-generated content’ aan. Om potentiële kopers een zo goed en realistisch mogelijk beeld te geven, helpt het wanneer andere shoppers hun afbeeldingen van het product op je website posten.
Een ‘purchase-risk notice’ is nog een ingreep die hier thuishoort. Zo’n waarschuwing is een goed idee wanneer de foto’s die bij het product horen niet 100% overeenkomen met hoe het item er echt uitziet. Uit experimenten blijkt dat een “het item kan afwijken van de foto”-boodschap geen negatief effect heeft op de koopintentie en klanten dus niet afschrikt, maar wel de retour-intentie verlaagt. (We kunnen niet spreken van het retourpercentage, omdat het onderzoek werkte met een proefopstelling met respondenten, niet met echte consumenten.)
Tot slot ontmoedig je retours met ‘infotainment’ of door het verhaal van je product te delen. Wanneer klanten op die manier meer te weten komen over het ontwerp, het materiaal, door wie het item gemaakt is en waarom, maken ze een bewustere keuze en is de kans kleiner dat ze voor verrassingen komen te staan bij de levering. En dat zorgt dan weer voor minder retours.
‘Colour swatching’, of de mogelijkheid om een item in verschillende kleuren te bekijken, heeft volgens Buldeo Rai geen significante impact op retours. Experimenten met 3D-visualisatie leveren tegenstrijdige resultaten op, en het effect van video’s is nog niet bestudeerd.
4. Virtual reality
VR werkt met ‘fit assistants’, waarbij consumenten beelden van zichzelf opladen of zichzelf scannen, om vervolgens virtueel schoenen of kleding aan te trekken. Zo’n digitale paskamer kan zorgen voor 56,8% minder terugzendingen. We moeten er wel bij zeggen dat dit cijfer afkomstig is van een studie uit China, waar de shoppers meestal iets meer ‘tech savvy’ zijn.
De beste resultaten krijg je overigens met gepersonaliseerde avatars (op basis van een scan of een foto). Dat scenario leidde in de Chinese studie tot 54,1% minder retours, tegenover 29,4% met niet-gepersonaliseerde avatars. In dat laatste geval kiezen klanten een model met hetzelfde lichaamstype om item(s) op te passen.
Er komen steeds nieuwe bedrijven op de markt die software aanbieden om VR op je webshop te implementeren, maar daar staat vaak een aanzienlijke investering tegenover. Enkele spelers zijn Fit:match, Zeekit, Fit Analytics, True Fit, Wair, Shavatar en triMirror.
5. Hotlines en chatbots
Je kan ook alerts instellen voor ‘wardrobing’ en klanten opbellen die dit gedrag vertonen. Zie je bijvoorbeeld dat iemand op het punt staat om meerdere maten van eenzelfde item af te rekenen, dan kan je hem of haar telefonisch begeleiden richting de juiste maat.
Chatbots zijn een geavanceerdere, geautomatiseerde versie van zo’n hotline. Ze kunnen aanbevelingen doen op basis van aankoopgeschiedenis. Hotlines en chatbots lijken een goed idee om ‘wardrobing’ tegen te gaan, maar Buldeo Rai benadrukt dat de effectiviteit ervan nog niet onomstotelijk bewezen is.
6. Awareness
Retours doen dalen vraagt om een ‘team effort’. Iedereen moet er zijn schouders onder zetten – inclusief je klanten. De meeste consumenten willen wel deel zijn van je duurzaamheidsverhaal, maar zijn zich gewoon niet (voldoende) bewust van de impact van wat ze terugsturen. Hierover in alle transparantie communiceren kan nadelig zijn voor je verkoop, omdat het idealiter leidt tot minder impulsaankopen, maar je klanten zijn wel meer betrokken bij, en trouwer aan, je merk.
Je kan ook heel gericht inzetten op klantcontact door bijvoorbeeld seriële terugstuurders vriendelijk te wijzen op de negatieve effecten van hun shopgedrag. Artificiële intelligentie kan je helpen om ‘serial returners’ op het spoor te komen.
FINANCIËLE MAATREGELEN OM RETOURS TEGEN TE GAAN
Er bestaan verschillende financiële maatregelen om te vermijden dat consumenten hun aankopen achteloos terugsturen.
Ga je voor een volledige of een gedeeltelijke terugbetaling? In het eerste scenario geef je het totaalbedrag terug dat een klant voor een item betaalde, inclusief belastingen en toeslagen. In het laatste scenario doe je klanten twee keer nadenken over hun aankoop, omdat ze slechts een deel van het bedrag zullen terugkrijgen bij een retour.
Reken een ‘restocking fee’ of een ‘return fee’ aan: een bedrag voor al het werk en de kosten om een product terug in de rekken te krijgen. Deze maatregel komt vaak voor in de VS, maar is minder makkelijk te implementeren in een Europese context, waar consumenten het recht hebben om online aankopen terug te sturen binnen de veertien dagen na aankoopdatum. Je kan het daarom ook omgekeerd aanpakken, en een korting of een cadeautje uitdelen aan klanten die niets terugsturen. Consumenten zijn meer geneigd om een item te houden als ze een ‘keep reward’ krijgen, zoals gratis verzending bij de volgende aankoop.
Retours gaan typisch de hoogte in bij een ‘free shipping policy’. Een onderzoek van Siham El Kihal en Edlira Shehu (2022), aangehaald door Buldeo Rai op de “Return to Zero”-workshop, maakte zelfs gewag van een stijging van 18%. Het kan daarom slim zijn om verzendkosten aan te rekenen. Een drempel instellen voor gratis verzending kan gemengde resultaten opleveren. Je zou je retours net de hoogte in kunnen jagen, omdat klanten die aan het minimumbedrag willen komen, vaak nog een willekeurig item aan hun bestelling toevoegen. Dit probleem kan je dan weer vermijden door ze een cadeaubon aan te raden (waardoor ze nog eens terugkomen naar je webshop).
Verder kan je de hoeveelheid items die een klant kan kopen, beperken. Hiermee ga je ‘wardrobing’ tegen. Tot slot helpt het om klanten voor hun aankopen te laten betalen voordat ze arriveren. Systemen waarbij ze achteraf moeten betalen, leiden tot meer returns.
PROCESMATIGE INGREPEN OM RETOURS TE BEPERKEN
Als je je retourpercentage naar beneden wil krijgen, loont het tot slot om je processen onder de loep te nemen.
1. Je logistiek proces herbekijken
Hoe je je logistiek proces organiseert, heeft een impact op het aantal items dat klanten terugsturen.
Zo helpt het om aan ‘cycle-timing optimisation’ te doen. Hoe sneller consumenten hun bestelling krijgen, hoe minder ze geneigd zijn om iets terug te sturen. Als je moet kiezen tussen items laten samenkomen of apart versturen, dan is één week een goede drempelwaarde. Je klant een paar dagen laten wachten tot zijn of haar stukken uit verschillende opslaglocaties zijn samengekomen is prima. Maar als die ‘delivery consolidation’ betekent dat je klant langer dan een week moet uitkijken naar een pakje, dan ga je beter voor een gespreide levering.
Denk verder goed na over je inleverpunt. Als je retours naar je winkel laat brengen, kan je niet alleen verkoop stimuleren en geld uitsparen, maar ook je klant helpen om bijvoorbeeld wél de juiste maat te vinden.
Wil je je logistiek proces analyseren met het oog op retours? Je kan daarvoor een externe partner inschakelen, zoals Returnista of Returnless, of zelf een aanzet doen met behulp van dit stappenplan.
2. Je retourbeleid niet te flexibel maken
Hoe makkelijk maak je het klanten om items terug te sturen? Met andere woorden: hoe ver ga je in ‘effort leniency’, of het versoepelen van het retourproces? De norm in de sector is om ze geen strobreed in de weg te leggen, maar vanuit financieel en ecologisch standpunt is het slimmer om toch enkele remsystemen in te bouwen. Zo kan je ervoor kiezen om niet standaard een retour-enveloppe mee te sturen, of klanten die willen retourneren een formulier te laten invullen met onder meer hun reden(en).
3. Retours ontmoedigen met labels en verpakkingen
Het is misschien verrassend, maar tot slot hebben labels en verpakkingen een effect op het aantal retours.
TOT SLOT
Een wereld met minder retours is niet alleen noodzakelijk, maar ook mogelijk. Afhankelijk van het product, het gedrag van de consument en de specifieke retourkwestie kan je de beste strategie kiezen: de consumentgerichte, financiële of procesmatige – of een combinatie.
Daarnaast is het zaak om je hele team mee te krijgen. De leden van het management kan je wellicht overtuigen door retours als een KPI te beschouwen. Gratis verzending aanbieden zal bijvoorbeeld je verkoop stimuleren, maar omdat het aantal retours hoogstwaarschijnlijk mee zal stijgen, is zo’n actie net een slechte zet, zowel vanuit economisch als milieuoogpunt. Door het effect van je maatregelen op die twee vlakken goed te monitoren kan je bijsturen waar nodig. Nauw overleg is niet alleen een must met het management, maar evengoed tussen de verschillende afdelingen. Retours raken namelijk heel veel verschillende profielen in je organisatie.
De adviezen op deze pagina zijn een resultaat van het “Return to Zero”-project, een initiatief van Flanders DC in samenwerking met e-commerce federatie Becom. “Return to Zero” kwam tot stand dankzij steun van de FOD Mobiliteit en Vervoer.

Online huurplatformen en kledingbibliotheken
Behalve goed na te denken voor je nieuwe kleding koopt of kleding te ruilen, kan je ook kleding huren:
Kledingbibliotheken
Kledingbi…
Lees meer
Online platformen: duurzaam shoppen & tips voor consumenten
Er zijn een aantal websites waar je terecht kan als duurzame consument. Verschillende online platformen verzamelen (online en/of offline) winkels,…
Lees meer
De deeleconomie of gebruikerseconomie is gebaseerd op het idee dat je toegang hebt tot een product of dienst, en niet zozeer dat je het bezit. De auto is bijvoorbeeld lang een statussymbool geweest, maar jongere generaties denken er vaak anders over. Dit zorgt ervoor dat initiatieven zoals autodelen meer en meer ingeburgerd geraken. Ook binnen de mode bekijken consumenten vandaag het eigenaarschap over hun kleding anders. Zo gaan ze bijvoorbeeld kleding ruilen of huren. En daar zitten heel wat ecologische voordelen aan vast. Modemerken die uitgaan van een tweede leven voor hun items, hebben een extra reden om in te zetten op kwaliteit. Bovendien belandt een geleend of gehuurd kledingstuk niet meer achteraan in de kast, en wordt het dus vaker gebruikt. Een kleinere afvalberg en items die langer meegaan: win-win.
Wat trekt consumenten over de streep?
Gebruikersonderzoek van Dressr (een kledingverhuurplatform dat je verderop nog zal tegenkomen) binnen het Living Lab INFINITEX maakt duidelijk welke voordelen klanten zien in kledingverhuur of een kledingabonnement. Zo appreciëren ze de toegang tot kwalitatieve, mooie items en de afwisseling, en dat op een budgetvriendelijke manier. Dressr-klanten zitten niet vast aan de vele basics die kledingeigenaars wél in hun kast (moeten) toelaten. Als laatste reden halen Dressr-gebruikers duurzaamheid aan.
Uit de Duurzame Modemonitor, waaraan onder meer leden van een kledingbibliotheek deelnamen, blijkt dan weer dat zij vooral willen bijdragen aan een kleinere afvalberg, en willen variëren en uittesten zonder te moeten kopen. De helft vindt het belangrijk om toegang te hebben tot een eindeloze kleerkast, en een kleine minderheid houdt er wel van dat ze de kleding zelf niet moeten wassen.
Wat houdt consumenten tegen?
Maar de Duurzame Modemonitor bracht evengoed drempels aan het licht. 89% van de deelnemers gaf aan dat ze liever géén kleding lenen. Kledingbibliotheken en de optie om kleding te huren, zijn bekend bij minder dan 25% van de Vlaamse consumenten, en onbekend is onbemind. Maar er is meer aan de hand. Meer dan de helft van de bevraagde consumenten gaf aan dat ze emotioneel gehecht zijn aan hun eigen kleding. Iets minder dan de helft vindt kledij huren of leasen ‘gedoe’, en een derde vreest dat het onhygiënisch is.
Verder kan de prijs een struikelblok zijn, aldus de Duurzame Modemonitor. Enerzijds omdat consumenten bang zijn voor de kosten als ze gehuurde items zouden beschadigen, en anderzijds omdat ze nieuwe kleding niet echt duur vinden. Die laatste reden komt terug in een onderzoek door de Thomas More Hogeschool uit 2023. De geïnterviewden zien geen financieel voordeel in lidmaatschap van een kledingverhuurplatform. Ze hebben zelfs het gevoel dat ze er méér voor zouden betalen dan wanneer ze de stuks in kwestie gewoon zouden kopen.
Wellicht daarom proberen de meeste ondernemingen hun abonnementskosten zo laag mogelijk te houden. Consumenten zijn meestal geen fan van abonnementen, omdat ze door automatische uitgaven de controle verliezen en ze het gevoel hebben dat ze ‘ergens aan vasthangen’. Abonnementen met een hoge vaste kost blijken ook de eerste uitgaven te zijn die mensen schrappen of pauzeren in economisch moeilijke tijden. Abonnementen met een lagere vaste kost blijven meestal wél doorlopen, zelfs als de klant ze niet gebruikt.
Tot slot spelen er nog drempels mee die eigen zijn aan product-als-dienst-systemen in het algemeen. Denk aan een complex aanbod (gebruikers aarzelen bijvoorbeeld wanneer het omslachtig is om iets te huren of te retourneren) of twijfels over de betrouwbaarheid. De meeste consumenten staan sowieso eerder wantrouwig tegenover nieuwe ondernemingen, en vragen zich af of de dienstverlener genoeg info en garanties kan geven, en hulp biedt bij problemen. Dit zijn cruciale inzichten als je kledingverhuur, -leasing of een ander product-als-dienst-systeem in de markt wil zetten.
VERSCHILLENDE MODELLEN
In de Circle Scan, dat de inzichten van het Living Lab INFINITEX bundelt, lezen we dat consumenten veel meer openstaan voor eenmalige huur (bijvoorbeeld voor een feestje) dan voor terugkerende abonnementen. Er zijn inderdaad verschillende manieren waarop kledij een dienst kan worden, en die hebben elk hun voordelen.
Ruilen (swishing)
Swishing speelt als vzw in op het fenomeen van ruilen. Ze organiseren pop-up events, waarbij deelnemers zelf kleding kunnen aanbrengen in ruil voor bonnetjes. Deze bonnetjes kunnen ze dan weer inzetten om kleren van een ander te kopen. Ook haar tweelingzusje Swapping, overgewaaid vanuit de States, organiseert events waar je kan gaan ruilen.
Kledingbibliotheken (abonnement)
Daarnaast bestaan er (online of fysieke) kledingbibliotheken, waar klanten verschillende merken onder één dak kunnen huren. Leden van zo’n bib moeten minder aankopen doen, en verliezen minder tijd dankzij het gecureerde aanbod. Voor wie vaak naar de kledingbib gaat, is de formule ook goedkoper dan individuele items kopen of huren.
LENA is een ‘fashion library’ die in 2014 haar deuren opende in Amsterdam, om een alternatief te bieden voor uitpuilende kledingkasten en de fast fashion-industrie. Want, zo luidt een modewijsheid, we dragen 80% van de tijd slechts 20% van onze kledingkast. Via een abonnementsformule kan je bij LENA kledingstukken uitlenen die je daarna weer inwisselt voor andere. Bijzonder is dat je in deze bibliotheek niet rechtstreeks betaalt: elk item heeft een bepaalde waarde in credits. Dit systeem is instapvriendelijk en geeft klanten veel vrijheid, maar het is ook wel moeilijk rekenen, waardoor er wantrouwen over de prijs kan ontstaan.
In eigen land kunnen consumenten terecht in de showroom van Rierie in Leuven om feestkledij te huren van verschillende merken; en dan is er nog het eerder aangehaalde Dressr, waar je online je keuze maakt. Vergelijkbare initiatieven zie je opduiken in Parijs, Malmö en Berlijn.
Kledij leasen
In 2013 was MUD Jeans nog een pionier met het leasingprincipe. Klanten betalen er maandelijks een kleine € 10, en na een jaar worden ze de eigenaar van de jeans. Ze kunnen hun paar dan houden of ruilen voor een nieuw paar. Voor een tweede paar betaal je een lagere maandelijkse prijs.
Kledij huren
Merken die hun eigen items te huur aanbieden, naast (of in de plaats van) ze te verkopen? Die bestaan ook. Denk maar aan H&M (dat een aantal jaren geleden H&M Rental lanceerde) en A.S.Adventure, waar je onder meer winterkleding, rugzakken en wandelstokken kan huren.
Resale
Onder een tweede leven leer je meer over het opnieuw vermarkten van kledingstukken. Heel wat grote internationale spelers faciliteren dit principe met ‘preloved platformen’, zoals Zara, H&M, Zalando en Tommy Hilfiger. Maar ook Belgische merken zoals Decathlon, Bellerose, JBC, Xandres, en het Deense GANNI sprongen al op deze kar.
Een model kiezen
Achteraan de Circle Scan van het Living Lab INFINITEX vind je een ‘SWOT-analyse rental’, waarmee je kan verkennen welke kansen verhuur biedt voor jouw onderneming. De onderzoekers deelden ook enkele tips voor wie een product-als-dienst-systeem overweegt.
Maak je aanbod makkelijker dan eigenaarschap
Je hebt een streepje voor als je consumenten verlost van de nadelen van kleding kopen, zoals de druk om mee te zijn met de nieuwste trends, die tot een overvolle kleerkast leidt. Of zoals het feit dat makkelijk combineerbare basisstuks zelden creatieve outfits opleveren. De ideale kledingverhuurdienst zorgt op een betaalbare manier voor ‘eens wat anders’ en voor kwaliteit.
De onderzoekers van INFINITEX labelen gebruikers van kledingverhuur “slimme consumenten”: mensen het slimmer willen aanpakken dan diegenen die nog kledij kopen. In ruil voor hun ambassadeursschap voor jouw dienst verwachten ze wel gebruiksgemak en een uitstekende service.
Check of je abonnement aan twee voorwaarden voldoet
Met een abonnementsformule heb je zekerheid: je kan beter plannen dankzij de terugkerende inkomsten. Toch moet je er goed over nadenken. Consumenten gaan namelijk alleen overstag als je formule hun leven makkelijker maakt én economisch voordeel oplevert.
Voorbeelden van gebruiksgemak zijn bijvoorbeeld:
Om te weten of je formule daarnaast voordelig is voor klanten, moet je zicht hebben op hun uitgavenpatroon. Hoe vaak kopen ze het product aan en hoeveel kost hen dat? Idealiter werk je een prijsmodel uit waarmee je de abonnementskost laag kan houden of zelfs kan weglaten. Het INFINITEX-team haalt € 34 à € 58 aan als richtprijs voor eenmalige huur, en benoemt in hun Circle Scan de belangrijkste kostenposten bij verhuur, namelijk:
EEN VERHUURMODEL UITBOUWEN
De Circle Scan is een goeie leidraad om een verhuurmodel op poten te zetten. Hij identificeert deze stappen in een “omgekeerde logistiek”:
| Stap in procesflow | Software/technologie |
|
Productselectie voor aanbod Registratie en tagging van items Fotografie en omschrijving door systeem |
Tagginsoftware (RFID/barcode) Fototafel AI gegenereerde paspop weergave |
|
Beschikbaarstelling in kanalen Online platform of in fysieke winkel Voorzien van voorraadstatus |
Verhuurplatform |
|
Reservering/verhuurmoment Online: Klant boekt via platfrom Fysiek: Klant reserveert of huurt ter plekke Inclusief huurperiode, betaling en klantgegevens |
|
|
Onderverwerking Picking & packing |
Automatische ordergeneratie |
|
Distributie naar klant Online: Verzending via post of koerier Fysiek: afhaling in winkel |
Verzendetikettensoftware Last minute tracking Logistieke dashboards |
|
Gebruikersfase door klant Monitoring retourdatum |
Notificatiesysteem |
|
Retour Terugbrengen winkel of terugzending |
Scanning bij retour Statusupdate in systeem |
|
Inspectie na gebruik Controle op schade/slijtage Vastleggen eventuele herstelacties |
Aanmaken onderhoudsticket |
| Reiniging | |
| Herstel | |
| Sortering & herinslag in voorraad | Voorraadbeheer |
Bij zowat elke stap moet je belangrijke knopen doorhakken. Doe je bijvoorbeeld je logistiek zelf, of werk je samen met een verhuurpartner zoals Dressr? Ga je je kledij online of offline aanbieden, of kies je voor een mix? Welke stukken doen het goed in verhuur, en welke minder? In de Circle Scan vind je een checklist assortimentsbeheer. Die helpt je om items te selecteren.
JOUW MODEL DOEN WERKEN
De INFINITEX-onderzoekers delen in de Circle Scan ten slotte nog een paar triggers en tips om je klanten over de streep te trekken.
En tot slot nog een overkoepelende tip: de beslissing van potentiële klanten staat of valt met heldere communicatie over hoe alles werkt. Wees dus transparant over je voorwaarden: communiceer helder wat inbegrepen is in de prijs, in welke staat je de items terug verwacht en wat je doet bij laattijdig retourneren, wanneer een item niet beschikbaar is of niet past.
Online huurplatformen en kledingbibliotheken
Behalve goed na te denken voor je nieuwe kleding koopt of kleding te ruilen, kan je ook kleding huren:
Kledingbibliotheken
Kledingbi…
Lees meer
Businessmodellen die het concept ‘bezit/eigendom’ herbekijken
Dankzij het groeiend enthousiasme voor de deeleconomie, wordt er ook binnen de mode meer en meer nagedacht over alternatieve businessmodellen die …
Lees meer
Circulaire modellen moeten maximaal inspelen op wat je doelgroep wil. Dat is een van de belangrijkste conclusies van INFINITEX. De Circle Scan bundelt de inzichten die uit dat Living Lab voortkwamen. En wat blijkt? Voor veel Belgische merken verloopt de overstap naar circulariteit relatief moeizaam. Onder meer door ingewikkelde logistieke processen en twijfels over marktacceptatie blijven bedrijven steken in een tussenfase. Ze lanceren wel circulaire initiatieven, maar schalen die slechts zelden op.
Twee belangrijke hefbomen om een circulair businessmodel sneller te doen groeien, zijn: ken je doelgroep, en maak het gebruiksvriendelijk. Met andere woorden: zoek de waarde voor je klanten.
JE DOELGROEP
Je publiek kennen
Onderzoek wie je precies wil bereiken. De Circle Scan vermeldt vijf types consumenten, op basis van de Duurzame Modemonitor 2024. Ten eerste: “de kwaliteitsbewuste kopers” (goed voor zo’n 29% van de Vlaamse shoppers). Dit zijn consumenten voor wie kwaliteit en levensduur primeert op trends of prijs. Ten tweede: “de koopjesjagers” (ook 29%). Hun naam zegt het al: ze kopen budgetbewust en letten op kortingen. De derde groep zijn “de minimalisten” (26%). Die investeren vooral in basics en hechten veel belang aan comfort en functionaliteit. Dan heb je nog “de gelegenheidskopers” (7%) die naar het perfecte stuk zoeken, vooral voor een bepaalde gelegenheid, en “de trendgevoelige kopers” (5%) die – je raadt het al – modetrends volgen en vooral aandacht besteden aan creativiteit en stijl.
Elk soort consument heeft z’n voorkeuren en redenen om in een circulair systeem te stappen. “Trendgevoelige kopers” hebben vooral interesse in huren voor een gelegenheid. De “functionele minimalisten” zien het het meeste zitten om tweedehands te kopen, terwijl je met hersteldiensten vooral “kwaliteitsbewuste kopers” aanspreekt.
De Vlaamse consument in het algemeen besteedt gemiddeld € 106 per maand aan kleding: “de koopjesjagers” en “de minimalisten” geven het minste uit. De meeste aankopen gebeuren nog altijd in fysieke winkels. 11% van de Vlaamse consumenten die aan de Modemonitor deelnamen, zegt dat ze kleding die ze niet meer dragen, terugbrengen naar winkels met een takeback-programma. 30% draagt hun items tot die versleten zijn, en 25% verkoopt kleding door (ten opzichte van 16% in 2022).
Daarnaast wijzen de INFINITEX-researchers op belangrijke generatieverschillen waarop je je aanbod moet afstemmen. Op basis van de Modemonitor 2024 benadrukken ze dat Gen Z trends en stijl hoog in het vaandel draagt en het meeste naar tweedehands neigt; dat babyboomers en Gen X belang hechten aan het milieu, ethiek en materiaalkwaliteit, en voornamelijk op zoek zijn naar hersteldiensten; terwijl millennials toch vooral naar de prijs kijken en in het algemeen het meeste bereid zijn om circulaire modellen te proberen.
In de Circle Scan zitten handige werkbladen om je doelgroep in kaart te brengen. Daarnaast ontwikkelden de onderzoekers de Interventiewijzer. “Interventies” helpen consumenten op een subtiele manier om andere keuzes te maken, zoals kleding laten herstellen in plaats van weg te gooien, of tweedehands kopen in plaats van nieuw. In de Interventiewijzer vind je tal van concrete interventies, gebaseerd op inzichten uit consumentenonderzoeken.
Je publiek betrekken
Je doelgroep kennen is niet voldoende; je moet je publiek ook betrekken. Waar het vroeger van belang was om véél te kunnen kopen, zonder hier al te lang bij stil te staan, vinden klanten het steeds belangrijker om meer inspraak te krijgen in het product en er meer over na te denken. Hier wordt heel wat over gespeculeerd: zou consumentenbetrokkenheid een positief effect hebben op duurzaamheid? De theorie luidt: hoe meer betrokkenheid, hoe langer een consument een product (en zijn maker) zal koesteren.
Het kan dus interessant zijn om hier in je verkoopproces rekening mee te houden en een beleving te koppelen aan het aankoopmoment. Door je klanten op een fijne manier een extra service aan te bieden, creëer je echte ambassadeurs voor je merk.
Café Costume maakte van dit principe hun visitekaartje. Ze zetten in op maatwerk en bieden klanten gedurende twee uur een beleving die nog lang daarna dienstdoet als een leuk verhaal.
Meerdere merken bieden klanten een stylingservice aan, waarbij hun aankoop een belevingstoets krijgt. Bijkomend voordeel: het gaat impulsaankopen tegen en de uitgekozen kleding blijft langer in gebruik.
Denk zelf eens na over mogelijke diensten die jouw onderneming kan aanbieden. Kan jij ook op maat werken? Zou een stylingevent misschien geschikt zijn? Of bied je liever een herstelservice aan, zoals Nudie Jeans?
Voor iedereen die met circulaire businessmodellen wil beginnen, raden de onderzoekers van het Living Lab Recare About Shoes aan om klanten niet alleen te betrekken via je winkel(s) en digitale touchpoints, maar ook via workshops. Ze benadrukken het effect van educatie, begeleiding en ondersteuning. Daarmee creëer je een communitygevoel rond onder meer care, onderhoud en slim gebruik.
MAAK HET GEBRUIKSVRIENDELIJK
Je las het hierboven al: duurzaamheid staat bij de meeste consumenten niet bijzonder hoog op de agenda. Wat dan wel? Draagcomfort, kwaliteit en materiaal, aldus de Modemonitor 2024, gevolgd door prijs. Het advies in de Circle Scan luidt dan ook: iets duurzaams aanbieden volstaat niet. Je bereikt meer met een rimpelloze gebruikerservaring, en door een concreet probleem op te lossen voor je klant. Op het einde van de Circle Scan kan je de motivatoren en bestedingspatronen van je doelgroep in kaart brengen, om beter te weten wat je voor hen kan betekenen.
Hasmik Matevosyan - een shift naar een ‘contributing’ mode-industrie
De Nederlandse Hasmik Matevoysan deed jarenlang onderzoek en ontwikkelde een nieuw businessmodel met ruimte voor dialoog tussen modemerken en hun …
Lees meer
Versterk je verkoopmodel door een service toe te voegen
Door je klanten te betrekken, kan je een band scheppen tussen hen en je merk/product. Betrokkenheid kan je realiseren op verschillende niveaus. De…
Lees meer
Geef als ontwerper onderhoudstips
Zorg ervoor dat je klanten weten hoe ze jouw producten het best behandelen na de aankoop. Op deze manier verleng je mee de levensduur van je item.…
Lees meer
Creëer een band met je klanten
Het lijkt misschien vreemd om te spreken over klantenbinding in het hele duurzaamheidsverhaal, maar ook dit kan een strategie zijn om te vermijden…
Lees meer
Werk met ‘made-to-measure’
Zowel bij online als offline verkoop, kan je zo werken dat de klant zijn/haar exacte maten kan doorgeven. Op deze manier worden de juiste patronen…
Lees meer
Geef als ontwerper tips over reparaties van de kleding die je verkoopt
We kennen allemaal het fenomeen van de extra knoopjes die we in een plastic zakje in de binnenkant van ons nieuwe jasje vinden. Waarom niet wat ve…
Lees meer
Stof tot nadenken:
De Vlaming bezit gemiddeld 200 kledingstukken, waarvan een vierde ongebruikt blijft.
Tweedehandskleding is meestal relatief goedkoop en op veel plaatsen te krijgen. Je vindt vandaag zelfs in de hoofdwinkelstraten tweedehandswinkels terug. Vroeger werden die al eens met een bepaalde stijl geassocieerd, maar vandaag heb je voor elk marktsegment een leuk aanbod.
Het gemak en de lage prijs van tweedehands zorgen voor een paradox. Consumenten kunnen er juist nog achtelozer en nog méér kleding door gaan kopen, wat overconsumptie net in de hand werkt. Een kledingstuk wordt vandaag sowieso gemiddeld slechts 7 tot 8 keer
gedragen, een afname van 36% in twintig jaar tijd (European Environment Agency). Toch heeft tweedehands een paar grote voordelen. Zaken doorverkopen betekent minder nieuwe producten produceren, en minder nieuwe grondstoffen gebruiken.
JE PROCESSEN ORGANISEREN
Voor wie overweegt om een takeback- en resaleprogramma te organiseren, is de Circle Scan een handige leidraad. Daarin staan de belangrijkste inzichten uit het Living Lab INFINITEX. Eerst en vooral: er bestaat geen “one size fits all”-aanpak. Hoe je je proces organiseert, hangt af van je bedrijfsomvang (je capaciteit en de volumes waarop je mikt), je logistieke mogelijkheden en wat je klanten verwachten. Ook strategische keuzes spelen mee: misschien weegt het effect op je imago en dienstverlening wel even hard door als het effect op je rendabiliteit.
Het kanaal kiezen
Het kanaal is bepalend voor het succes van je resale-businessmodel. De Circle Scan raadt aan om te onderzoeken waar je doelgroep momenteel shopt, en om een paar kanalen te testen. Elk kanaal heeft namelijk z’n voor- en nadelen.
| Offline | Online | |
| Voordelen |
Snelle opstart via bestaand netwerk Lagere variabele kosten Potentieel voor cross-selling Betrokken medewerkers Klanten krijgen persoonlijke service Klanten kunnen kledij passen |
Makkelijker op te schalen Breder assortiment mogelijk Bereik nieuwe doelgroepen Zoekfilters (gemak voor de klant) Populair bij jongere, digitale doelgroepen |
| Nadelen |
Dure retailruimte Hogere drempel voor nieuwe doelgroepen Onvoorspelbaar aanbod voor de klant Beperkte openingstijden |
Hogere variabele kosten Complexere logistiek Veel concurrentie Minder kans op cross-selling Veel aanbod, en dus misschien keuzestress voor de klant Klanten kunnen niet passen (retourkosten en logistiek)
|
Een mix van online en offline is natuurlijk ook mogelijk. Denk aan een online platform dat je ondersteunt met fysieke events.
De prijs bepalen
De prijszetting is een belangrijke volgende stap. De Circle Scan adviseert een combinatie van drie benaderingen: gebaseerd op kosten (wat je minimaal moet vragen), op de markt (wat anderen vragen) en op waarde (wat je klant eraan wil geven). Concreet geeft dat het volgende stappenplan:
Het team van Recare About Shoes ontdekte dat consumenten voor tweedehandsschoenen gemiddeld tussen de € 20 en € 45 per paar willen betalen. Vooral voor mainstream merken is de betaalbereidheid laag. De onderzoekers geven toe dat je marge voor rendabele verwerking dan klein wordt, zeker wanneer je de instroom lokaal (en dus tegen relatief hoge arbeidskosten) laat sorteren, reinigen en/of herstellen.
Als je een idee hebt van de prijs, dan kan je berekenen of je resalemodel financieel haalbaar is. Daarvoor beveelt de Circle Scan de ROI Resale-calculator van Thomas More aan.
VOOR DE SCHERMEN
Achter de schermen heb je met het bovenstaande al heel wat belangrijk werk verricht. Maar wat er in je winkel(s) te beleven valt, bepaalt voor een groot deel of consumenten mee zijn of niet. Het Living Lab REuse in Style, dat de voorbije jaren onderzocht hoe we de gebruiksfase van kleding en accessoires kunnen verlengen, bracht in kaart wat consumenten zoal tegenhoudt of motiveert om tweedehands te kopen. Onder meer de Universiteit Antwerpen, Made en Flanders District of Creativity waren bij dit VLAIO-project betrokken, in samenwerking met Torfs, HOIHOI, Studio AMA en andere partners. De deelnemers en onderzoekers formuleerden praktische aanbevelingen, die we hier graag meegeven.
Drempels: van geurtjes tot vooroordelen
Uit de Duurzame Modemonitor 2023 en onderzoek van REuse in Style blijkt dat veel consumenten niets tweedehands kopen omdat ze simpelweg liever nieuwe kleding hebben, en/of omdat ze tweedehandskleding onhygiënisch vinden. Die laatste bezorgdheid is het grootst bij items die rechtstreeks met de huid in contact komen, zoals ondergoed en t-shirts.
Verder kost het voor heel wat shoppers te veel tijd en moeite om goede tweedehandsstuks te scoren. De veelheid aan stijlen in de meeste tweedehandswinkels maakt het lastig om iets te vinden dat bij hen past, vooral als ze geen uitgesproken stijl hebben. Daarnaast twijfelen ze of ze de kwaliteit van tweedehandskleding wel goed kunnen beoordelen. Slechte geurtjes in de winkel zijn een extra drempel, net als het idee dat tweedehandskleding ouderwets is, niet trendy, en vooral bedoeld voor armere mensen.
Het team van Recare About Shoes botste op gelijkaardige drempels voor schoenen. Ze noemen hygiëne, pasvorm en conditie als grote obstakels. De onderzoekers halen wel aan dat dit voor B2B anders ligt, en dat bijvoorbeeld leasing voor werkschoenen in de horeca of retail succesvol kan zijn. Zo’n model speelt in op de specifieke realiteit van werkschoenen (en -kleding, bij uitbreiding) in die sectoren: intensief gebruik, snelle slijtage en een hoog verloop. In de horeca en retail zijn er namelijk veel interimwerkers, jobstudenten en flexi-jobbers actief. Door in te zetten op schoenen herstellen en onderdelen vervangen, ontstaat een duurzamer en efficiënter systeem voor zowel werkgever als werknemer.
Tot slot houdt het gebrek aan service consumenten tegen, zo ondervonden de onderzoekers van REuse in Style. In tweedehandswinkels of -corners is het moeilijker om items te vinden die perfect passen. En kleding laten verstellen kost geld, tijd en moeite die de meesten er niet in willen investeren.
Een goed verhaal en andere motivatoren
Sommige deelnemers aan het onderzoek van REuse in Style gaven toe dat ze voor een kleine meerprijs liever iets nieuws kopen. Toch blijkt prijs voor de helft van de bevraagden net een belangrijke reden om tweedehands te shoppen. Hoe groter het verschil tussen de nieuwprijs en de reused-prijs, hoe tevredener klanten zijn.
Deelnemers benadrukten daarnaast het belang van stijl en pasvorm. Ze gaan vaak op zoek naar denim en leer, omdat die materialen een uniek karakter en meerwaarde krijgen. Tot slot kunnen preloved items een stem zijn tegen fast fashion en de impact ervan op het milieu.
Al die redenen leveren mooie verhalen op. Deelnemers aan de REuse in Style-interviews haalden regelmatig aan dat ze graag vertellen over hun tweedehandsvondsten, en over hoe ze zo bijdragen aan een kleinere afvalberg en een gezondere planeet.
Oplossingen en aandachtspunten
Hoe zet je al die inzichten nu in om klanten warm te maken voor tweedehands? Daarvoor delen de onderzoekers enkele tips.
1. Branding en marketing
In het begin van het aankoopproces spelen branding en marketing een sleutelrol. Vooral consumenten die nog niet zo vertrouwd zijn met tweedehands moeten de voordelen ervan leren kennen.
Het team van REuse in Style deelt drie ingrediënten die hierbij helpen. Ten eerste: een herkenbare huisstijl met socialmediaposts, en een etalage en POS-materiaal waarin shoppers zich kunnen vinden, zodat tweedehandskleding ‘iets voor hen’ wordt en zijn negatieve imago kwijtraakt. Ten tweede: een community. Die ontstaat onder meer dankzij mond-tot-mondreclame en aanbevelingen van influencers. En tot slot: aandacht voor het duurzame karakter van tweedehands.
2. Presentatie van kleding
De meeste klanten snakken naar ordelijke en overzichtelijke tweedehandswinkels of -corners. De onderzoekers van REuse in Style definieerden een aantal strategieën om de winkelervaring te verbeteren.
Strategie één: zorg dat je de zintuigen van klanten niet overprikkelt, maar wel verwent, bijvoorbeeld met open, goed verlichte ruimtes. Die komen hygiënischer over. Of wat dacht je van een koffiehoek waaruit de geur van koffie en vers gebak opstijgt?
Over geuren heeft het team van REuse in Style nog extra tips. Hun respondenten waren bijvoorbeeld meer geneigd om tweedehandskleding te kopen als die lekker rook. Ze associeerden een frisse geur met hygiëne en bleven langer staan bij kledij die zo’n geur had. Bloemengeuren deden dan weer meer zin krijgen om te kopen. Op de perceptie van kwaliteit of de winkelervaring bleken geuren daarentegen geen effect te hebben.
Strategie twee: geef de kledingtypes duidelijk aan, net als de kleuren, maten en (indien van toepassing) merken. Het is zelfs een goed idee om je hele winkel of preloved-corner te organiseren per soort kledingstuk en maat. Dat valt beter in de smaak dan de klassieke indeling in mannen- en vrouwenkleding.
Strategie drie: voorzie ruime pashokjes met aangenaam licht en handige spiegels.
Strategie vier: presenteer kledingstukken op paspoppen of rekken in plaats van in bakken. Dan komen ze hygiënischer en kwalitatiever over.
3. Op schattenjacht?
Volgens REuse in Style willen sommige shoppers bij de hand genomen worden, terwijl anderen liever zelf op ontdekking gaan. De eerste groep heeft baat bij duidelijke afdelingen (bijvoorbeeld een hoekje met ‘curated quality’) en eventueel hulp van het personeel. Maar beide groepen vinden het belangrijk dat ze speciale stuks op de kop kunnen tikken. Door het unieke en duurzame karakter van tweedehands te benadrukken, versterk je niet alleen positieve gevoelens bij shoppers (zoals trots), maar ook hun emotionele band met hun aankoop.
4. Maak inspectie makkelijk
Klanten willen een check kunnen doen op hygiëne, kwaliteit, merk en maat – zeker bij tweedehands. Wie geen standaardmaat heeft, vindt het meestal extra lastig om in te schatten of iets zal passen, vooral bij broeken. Om het shoppers makkelijker te maken, geven ze bij REuse in Style deze tips:
Voorzie duidelijke maatlabels en categorieën.
Uit bijkomend onderzoek van REuse in Style blijkt trouwens dat de perceptie van kwaliteit vooral afhangt van subjectieve zaken, zoals merk en prijs. Objectieve, technische kenmerken, zoals hoe slijtvast een stof is, wegen veel minder door, misschien omdat ze moeilijker te beoordelen zijn voor niet-professionals. Daarom raden de onderzoekers aan om duidelijk te communiceren over je selectiecriteria en hoe kledingstukken erop scoren. Ook kleine infoborden met weetjes over de kwaliteit kunnen helpen.
5. Optimaliseer de prijs-kwaliteitverhouding
Kwaliteitsvolle tweedehandsstukken of preloved items van luxemerken vinden tegen een betaalbare prijs: het maakt shoppers blij. Ze vergelijken, bewust of onbewust, de verkoopprijs met de herverkoopprijs, en houden rekening met de staat van het item. Zelfs als het originele prijskaartje er nog aan hangt, willen consumenten de nieuwprijs niet meer betalen voor tweedehands. Om de waarde van tweedehandskledij toch te verhogen, stelt het REuse in Style-team deze acties voor:
Denk als consument na over hoe je je kleding (en textiel) afdankt
Maak een onderscheid tussen 2 soorten textiel/kleding die je kwijt wil en kies een afdankingkanaal in functie daarvan:
Kleding die niet he…
Lees meer
(Ver)koop tweedehands
Een greep uit het grote gamma aan kanalen om tweedehands te (ver)kopen:
Online:
LabelCrush - België - online platform - herverkoop des…
Lees meer
Online tweedehandsplatformen
Er zijn een aantal platformen die focussen op het aanbieden van tweedehands (design) kleding, schoenen en accessoires. De ondernemers achter deze …
Lees meer
Als modeondernemer is het ook zaak om verstandig om te gaan met alle extraatjes. Deze mogelijkheid wordt massaal over het hoofd gezien, maar heeft wel degelijk een grote impact. Let wel: beslissingen over labels en etiketjes vallen vaak al in de productiefase.
Stof tot nadenken:
68% van de vrouwen wil wel duurzaam kopen, maar slechts 11% weet waar dit kàn.
Dit item wordt vaak vergeten, maar gaat wel massaal door de handen van elke klant: de kledinghanger. Wereldwijd zouden elk jaar 8 miljard plastic en metalen hangers op de afvalberg belanden. Dat zijn zoveel hangers dat ze 4,6 keer het Empire State Building zouden kunnen vullen!
Wat gebeurt er met al de hangers die we in een doos onder de kassa gooien? Van welk materiaal zijn ze gemaakt? Gaan ze lang mee? Ga je ze hergebruiken? Als je kleding in shop-in-shops hebt hangen, spreek dan ook met je partner af hoe jullie het sorteer- en hergebruikproces kunnen verbeteren.
Doe zeker wat inspiratie op via deze link, en ga zelf ook eens op zoek: er is al heel wat informatie te vinden.
Verder kan je nadenken over je prijskaartjes: het is het makkelijkst om te zoeken naar papier of karton dat je kan recycleren. Waak er dan over dat het koordje waarmee je het kaartje bevestigt aan het kledingstuk niet van plastic is, zodat mensen niet geneigd zijn om het hele kaartje bij het restafval te gooien. Let bovendien op het inktgebruik. Zo kan soja-inkt makkelijk de klassieke inkten vervangen. Vele merken gaan creatief om met hun labels en gebruiken de achterkant van prijskaartjes voor inspirerende quotes, of meer uitleg over het merk.
Hetzelfde geldt natuurlijk voor je tassen. Grote plastic zakken zijn tegenwoordig uit den boze. Papier wordt evidenter, maar probeer laminering te vermijden en je inkttype met zorg te kiezen. Misschien kan je ook wel gaan voor herbruikbare tassen?
Even het noorden kwijt? Werp een blik op de infographic ‘circulaire verpakking in de mode-industrie’ om je te oriënteren of gebruik deze template om je verpakkingen in kaart te brengen.
De labels in je kleding zelf zijn nog een zaak apart. Maar ook hier gelden logische regels.
De minst grote stap is werken met labels van biokatoen. Als je een kledingstuk maakt van monomateriaal, zorg er dan voor dat je label uit hetzelfde materiaal bestaat.
Hou je de recyclage-optie open? Zorg dan dat je etiket recycleerbaar is. Durf je verder te gaan? Zoek dan eens uit of je kan werken met geprinte labels met afwasbare inkt.
Maar denk ook na over welke extra informatie je op je label zet. Zo kan je de wasvoorschriften uitbreiden om klanten beter te informeren. Overweeg het clevercare.info-symbool op je label te plaatsen. Via die link vinden klanten meer wasvoorschriften.
Zoals gezegd: nadenken over je labels doe je in de design- en productiefase!
Je kan je eigen communicatiekanalen inzetten om met je klanten te communiceren over je inspanningen. Zowel je socialemediakanalen, direct mailings als website zijn ideale platformen om informatie te delen over je materialen, je bredere duurzaamheidsinspanningen en de resultaten die je boekt.
Let wel op dat je niet in de ‘greenwashing’-val trapt. Communicatie is cruciaal, maar stel de situatie niet rooskleuriger voor dan ze is. Durft te communiceren over wat er niet loopt zoals je wil. Nobody’s perfect! Laat je klanten zien welke doelen je stelt en welke acties je onderneemt in de komende jaren om het béter te doen.
Duurzaam drukken en printen
Er zijn een paar kleine dingen die meteen zorgen voor een positieve impact wat betreft print- en drukwerk. Denk dus zeker aan deze quick wins:
…
Lees meer
Duurzame marketing: van materiaal tot verhaal
Bij duurzame marketing denk je wellicht meteen aan milieuvriendelijke labels en verpakkingsmaterialen, of aan folders van gerecycleerd papier. Die…
Lees meer